Platvisonderlijnen en technieken

Wij krijgen regelmatig de vraag over de vistechnieken voor platvis, hoe we dat doen en waarmee we vissen.

Wij vissen altijd driftend op platvis op dieptes tussen de 6 en 17 meter. Vaak ligt de platvis op soort bij elkaar, van 6 tot globaal 8 meter vangen we botten, van 8 tot 12 meter schar en van 12 tot 17 meter schol, dit is geen vastgestelde regel maar komt te vaak voor om toeval te zijn.
Als er wind staat, gebruiken we heel vaak ook 1 of 2 driftzakken om de vaart eruit te halen en de boot mooi dwars te leggen.
Als er geen stroming is, bijten ze slecht of niet.

Afhankelijk van wind en stroming gaan we in Spodsbjerg de haven linksaf of rechtsaf uit.
Gekende stekken zijn links van de haven voor het bos en rechts van de haven ter hoogte van de gele paal.
Wij varen daar heel vaak voorbij, er liggen vaak te veel boten voor anker waardoor wij onze driften niet goed kunnen maken.
Links varen we meestal naar de windmolens, er staan 2 groepjes van 3 windmolens. Bij elke stek hebben we daar al goede platvisvangsten geboekt.
Rechts varen we tot ongeveer 2 kilometer voorbij de groene stroompaal, daar lig je meestal alleen en ook daar vangen we mooie platvissen.

De laatste vakanties gebruiken we als aas geconserveerde tappen, voordeel is dat je dan geen zagers levend hoeft te houden.
Wij merken geen verschil in de vangsten. Tappen die je na de vissessie over hebt gaan mee terug naar het vakantiehuis voor de volgende sessie.

Onderlijnen maken we zelf en daarin is alleen je eigen fantasie de beperkende factor.
Ik heb de indruk dat het niet gek genoeg kan, kralen, spinnerblaadjes, gekleurde tubes, rijg het maar op de onderlijn.
Platvis (met name schol) is verzot op die versierde lijnen.
Ingrid vist steevast met roze/oranje kralen en vangt er lustig op los (vaak meer en groter dan ik..) Zij vist altijd actief, dus het lood wordt via korte tikjes verticaal over de bodem bewogen. Door deze manier van vissen kun je de structuur van de ondergrond goed voelen. Als je een “bobbelige”, harde structuur voelt, zit je vaak wel goed, dan lig je namelijk vaak op een mosselveld en daar zitten mooie platvissen.

De truc is ook vaak om echt te zoeken naar de vis. Onze ervaring is dat als je blijft liggen en je hebt een tijdje geen beet, dat je beter kunt verkassen naar een dieper of ondieper gedeelte, een paar honderd meter verderop.

De onderlijnen maken we van 0,35 mm nylon lijn, als haak gebruiken we “Gamakatsu Worm 36” in de maten 2 en 4

Als loodgewicht gebruiken we loodjes van 60 en 80 gram, botlepels tot 90 gram en stukjes RVS ketting van 40 en 60 gram. Als het te hard stroomt of me gaan te hard door de wind dan hangen we er vaak 2 aan.

De geknutselde onderlijnen gaan in plastic gripzakjes en liggen dan zo voor het grijpen.

Een schuivende loodmontage zorgt ervoor dat je de beten goed voelt doorkomen op de hengel

Botlepels zijn ook in schuivende uitvoering verkrijgbaar, de extra afhouder boven het lood is een tip van vismaat Willy, vaak vang je de meeste vissen aan de bovenste haak.

Hieronder een selectie van de onderlijnen waar Ingrid mee vist.

Goede vangst!